Skip to main content


Uiterwaarden rivierengebied

Mooi en dankbaar (vrijwilligers)werk in de laatste levensfase

Een luisterend oor, praktische hulp of gewoon ‘er zijn’, dat bieden Ietje, Anneke en Margreet mensen in de laatste fase van hun leven. Als vrijwilligers bij de organisatie Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ) ondersteunen ze daarmee ook mantelzorgers voor wie de zorg van een naaste heel intensief kan zijn.

Palliatieve zorg is er voor mensen die ziek zijn en waarvan het levenseinde nadert. Sommigen kunnen niet terugvallen op voldoende ondersteuning in de directe omgeving of er is extra zorg nodig naast dat van de professionals en mantelzorgers. In dat geval komen mensen als Anneke, Margreet en Ietje bij iemand thuis of in een instelling.

Waardige laatste fase
“Soms begint het contact al vier of vijf maanden voor een overlijden en bouw je echt een band op met iemand,” vertelt Anneke. “Afhankelijk van de situatie komen we een aantal keer per week langs om de mantelzorger te ontlasten. Zij zijn op een gegeven moment echt moe en willen even iets voor zichzelf doen. De mantelzorgers kunnen dan rustig boodschappen doen, wandelen of bijvoorbeeld bridgen.” Anneke heeft altijd in de zorg gewerkt en wilde na haar pensioen iets blijven doen voor anderen. “De doelstelling van VPTZ, het bieden van een waardige laatste levensfase, sprak mij aan. Je hoopt natuurlijk dat je heel lang gezond blijft. En als het einde dan in zicht is,  dat die laatste periode zoveel mogelijk gebeurt zoals je dat zelf wil. Op een plek waar je je prettig voelt.”

Hart luchten
Hoe het contact loopt hangt af van de persoon en zijn of haar situatie. Ietje doet dit werk al 25 jaar, in Hospice Rozenheuvel en bij mensen thuis. Zij legt uit: “Dit werk is gevarieerd, elke situatie is anders en je weet bij geen enkele voordeur wat je kunt verwachten. Ieder mens is anders, je hebt geen programma. Soms zijn mensen niet meer aanspreekbaar vanwege medicatie en zit je er gewoon bij. Als mensen echt stervende zijn, zijn ze meestal teruggetrokken en al meer weg van deze wereld. Dan ben je aan het waken door dichtbij degene ‘te zijn’. Maar vaak hebben mensen, vooral als ze ouder zijn, nog heel veel te vertellen. Hun familie kent de verhalen inmiddels wel. Ik ben dan degene die oren heeft, zodat mensen hun hart kunnen luchten. Soms komen er geheimen uit, soms zijn het heel luchtige verhalen. Allemaal goed. Mijn uitgangspunt is: laat de mens zijn wie die is en ik ga daarin mee.”

Dienstbaar
Over hun motivatie zijn de drie dames heel duidelijk: ze vinden het normaal om iets voor een ander te doen. Margreet vertelt: “Een vriendin van mij kwam in een hospice terecht en was heel enthousiast over de rol van vrijwilligers. Het is mooi en dankbaar werk. En ook zwaar. Ik schatte bij mezelf in dat ik dat wel aan zou kunnen.” Margreet heeft als enige geen achtergrond in de zorg. “Dat hoeft ook niet, je hoeft geen zorg te verlenen. Je krijgt bij de start een cursus. Je leert hoe je je eigen normen en waarden in de kast kan houden. Hoe je kan omgaan met je eigen emoties: afstand houden en tegelijkertijd nabij zijn. En je krijgt ook praktijkles in hoe je bijvoorbeeld iemand moet verschonen als dat nodig is. De essentie is dat wij dienstbaar zijn.” Anneke vult aan: “dienstbaar zijn betekent overigens niet dat wij alles moeten doen. Er zijn ook grenzen. Het doen van allerlei huishoudelijke taken, zoals afwassen, is niet de bedoeling. Onze belangrijkste rol is ‘er zijn’.”

Alles uit het leven halen
Natuurlijk zijn er ook situaties die je persoonlijk raken of je bijblijven. Zo vertelt Anneke over een conflict waarbij de kinderen wilden dat moeder naar een hospice ging, terwijl moeder dat zelf niet wilde. “Je komt ook ontkenning bij mantelzorgers tegen,” geeft Ietje aan. “Een dochter sliep heel vaak bij haar moeder thuis en begreep niet dat haar moeder dood ging. Ze wilde er gewoon niet aan. Dat is pijnlijk.” Margreet: “Het raakt mij als het jonge mensen zijn die sterven. Er is meer berusting als iemand ouder is en een voltooid leven heeft.” Ze heeft een mooi voorbeeld van een vrouw van 102 die een diagnose van drie maanden had en nog alles uit het leven haalde. “Ze kwam uit de horeca en wilde er graag met ons op uit. Wij moesten haar elke keer verrassen en ze vroeg dan: waar gaan we naar toe vandaag? Als het een café of restaurant was, dat haar niet aanstond, zei ze: O, dat is niet mijn tent. Ze was een echte prinses met een rijk sociaal leven en heel veel lieve mensen om zich heen. Geweldig was dat.”

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Wijkkrant Angerenstein, december 2024. Tekst en foto’s: Petra Wolters en Vanessa Heerens. Met toestemming overgenomen.